Symen van der Zee, lector Vernieuwend Onderwijs Saxion
De roep om ‘evidence-informed’ werken klinkt steeds luider. Er is een groeiende druk op scholen en beleidsmakers om keuzes te baseren op wat aantoonbaar effectief is. Het idee is simpel: als wetenschappelijk bewijs laat zien dat een bepaalde methode werkt, hebben we de morele en professionele plicht om die toe te passen om de kansen van kinderen te optimaliseren.
Montessorionderwijs is een methode die al meer dan honderd jaar wereldwijd wordt toegepast en die inmiddels al veelvuldig is onderzocht. Het bewijs stapelt zich op dat montessorionderwijs werkt. Niet alleen voor schoolse, cognitieve uitkomstmaten, maar bijvoorbeeld ook voor sociale relaties. Een omvangrijke recente studie door Lillard et al. (2025) is illustratief voor de resultaten die worden gevonden.
Lillard en collega’s volgden bijna 600 kinderen die via een lotingsysteem wel of niet werden toegelaten tot publieke montessorischolen. Dit type onderzoek (een randomized controlled trial) wordt gezien als de gouden standaard, omdat het de invloed van de achtergrond van ouders wegfiltert. De resultaten aan het einde van de kleuterperiode zijn opvallend:
- Academische voorsprong: kinderen in het montessorionderwijs scoorden significant hoger op leesvaardigheid.
- Cognitieve functies: er werden betere scores gemeten voor het korte-termijngeheugen en executieve functies (zoals impulsbeheersing en concentratie).
- Sociaal begrip: montessori leerlingen vertoonden een sterker ontwikkelde ‘Theory of Mind’, wat essentieel is voor het begrijpen van andermans perspectief.
- Kosteneffectiviteit: opvallend genoeg bleek deze vorm van onderwijs ook nog eens goedkoper te realiseren dan traditionele programma’s, onder meer door een andere inzet van personeel in de klas.
Wat deze studie extra relevant maakt, is dat de positieve effecten van veel andere voorschoolse programma’s vaak na de kleutertijd weer wegzakken. Bij montessorionderwijs bleven de voordelen juist zichtbaar en groeiden ze zelfs gedurende de eerste drie schooljaren.
Maar nu de vraag die dit oproept: als de bewijslast zich opstapelt en we zien dat montessorionderwijs op diverse vlakken effectiever en zelfs goedkoper is dan traditioneel onderwijs, wat betekent dat dan in het licht van het streven naar evidence informed werken? Als er evidence informed gewerkt moet worden en er is aangetoond dat montessorionderwijs zo effectief is, moeten we dan niet alle scholen transformeren naar montessorischolen?
De effectiviteit van montessorionderwijs werpt dus ook een aantal fundamentele vragen op over de waarde van effectonderzoek: mag wetenschappelijke effectiviteit de vrijheid van onderwijs en de diversiteit aan pedagogische visies overrulen? Is evidence een gids voor verbetering of een dwingend dictaat voor uniformiteit?